|
Je hoort het vaak van mensen die dertig of ouder zijn: ze blijven trouw aan sommige muziek die ze voor het eerst hoorden toen ze vijftien, zestien jaar waren – de leeftijd waarop bepaalde muziek in kan slaan als een bom. De eerste keer een absoluut meesterwerk uit de popmuziek horen – je weet dan letterlijk niet wat je overkomt. Natuurlijk, altijd blijven er bands en acts waardoor je wordt overrompeld en geïmponeerd, maar: the first cut is the deepest, luidt de wet van de Beslissende Luister-ervaring.
Volgens die wet moet ik, geboren in 1963, teruggaan naar eind jaren zeventig voor de voor mij beslissende momenten in de pop. Gelukkig hoef je voor die periode niet lang te zoeken naar legendarisch geworden albums. Gruppo Sportivo schreef popgeschiedenis met Ten Mistakes (1977), en van Herman Brood verscheen in 1978 de plaat die achteraf gezien zijn meesterwerk zou blijken: Shpritsz. In Alkmaar had ik in de aula van het Murmellius Gymnasium stiekem een optreden meegemaakt van Herman Brood en zijn Wild Romance (stiekem, omdat het concert alleen voor de Murmellianen bedoeld was en ik zat elders op school), en sindsdien was mijn leven niet meer hetzelfde. Ik had rock-’n-roll recht in het gezicht gezien, en diens naam was Herman Brood. Maar aan de andere kant: bestond er in Nederland een band meer élan en gevoel voor ironie dan Gruppo Sportivo? Nee dus. Ik had ontzag voor de sleezy rock-’n-roll van de – toen al – legendarische Brood, maar kon tegelijkertijd niet genoeg krijgen van de tien superslimme, aanstekelijke en poppy nummers op Ten Mistakes.
Nu, zo’n dertig jaar later, moet ik dus alsnog kiezen in het kader van ‘het beslissende moment uit de Nederpop’. Ik moet bekennen dat ik ook nu nog geen keuze wil maken tussen Gruppo en Brood, maar: dat hoeft ook niet, omdat er dan toch, jaren later, voor mij een dérde beslissend Nederpopmoment bij is gekomen. Dat derde moment stamt uit 2001, komt van het Excelsior label, heet Pergola, en is van Johan. Zoals sommige mensen van mijn leeftijd en ouder nog precies weten wat ze deden op de dag dat John Lennon werd vermoord, zo weet ik nog waar ik was – op mijn werkkamer – en wat ik deed – stukje schrijven – op de dag dat ik voor het eerst de nummers van Pergola hoorde.
Euforie en verwondering bij die eerste keer luisteren alom: kwam dit uit Nederland? Kúnnen wij dat, hier in Nederland: liedjes maken die kunnen wedijveren met het beste uit Amerika en Engeland? En dan die teksten. Illusieloos, cynisch, maar nooit koud. Confronterend, aangrijpend, maar nooit bombastisch of al te dramatisch. Voor wie het nog niet weer: Pergola staat vol met songs over niet zo’n fijn onderwerp: depressie, gekte, opname in een inrichting, de moeizame weg terug omhoog. Met in sommige songs regels die ik inmiddels kan dromen – en waarvan je hoopt dat ze je nooit zullen ontglippen. ‘When insanity becomes a state of mind’ is er zo één. Of deze: ‘How does it feel when you turn off your mind’. En ja: hoe vóelt dat, als je brein wordt uitgezet of als dat brein zichzelf door een sluwe ingreep kan uitschakelen? En wat gebeurt er met je als de gekte bijna een routine, een dagelijks terugkerende stemming wordt?
Ook een juweel van een songline: ‘Tomorrow will come, and cancel the future’. Je hoort die regel en denkt: zo is het, zo moet het voelen als je in de greep bent van een allesoverwoekerende depressie. Je weet nog dat de volgende dag zich gewoon zal aandienen, terwijl tegelijk alle toekomst is weggeslagen. Je wilt niet meer leven maar kan niet doodgaan. Zoiets.
Die depressie is het leidmotief van de twaalf onaards mooie nummers van Pergola. De iPod liegt niet: een aantal nummers van Pergola staat al een paar jaar in mijn lijst van ’25 meest afgespeeld’. Na zes, zeven jaar moet ik een wonder constateren: Pergola gaat nooit vervelen. Van welk album kun je zoiets zeggen? Alleen de échte meesterwerken kennen geen slijtage. De zwartste teksten, gedragen door verraderlijk beeldschone liedjes – die combinatie op Pergola blijft de ziel doorsnijden, keer op keer.
Is er ooit hartdoorklievender popmuziek gemaakt in Nederland? Vast wel. Maar ík heb het nooit hartdoorklievender gehoord. Beslissend Nederpopmoment? Voor mij nog veel meer dan dat. Johan en Pergola vormen voor mij een standaard, een maatstaf, een talisman. Beslissender dan dit krijg je het niet. Ik luister naar Pergola en beleef die allerzeldzaamste sensatie: het is de muziek die je optilt en die je als het ware een Alziend Oog schenkt, waarmee je jezelf en alle dingen kunt bezien. Maar dat Oog reikt zó ver dat je dwars dóór de dingen ziet, letterlijk. De dingen onthullen hun ziel, en jijzelf weet je door de dingen geschraagd. Ik weet het, dit zijn grote, heel grote woorden. Maar kleiner of bescheidener wil ik het niet zeggen. De grootste kunst laat soms grote woorden toe. Een diepe buiging voor Johan en Pergola.
|