|
Eerlijk gezegd, ik had het nooit zo op Nederpop. Nee, daar deed ik mezelf doorgaans geen enorm plezier mee, met het beluisteren van wat er hier te lande in tochtige schuren en koeienstallen in elkaar werd geflanst en gesleuteld. Hadden ze het maar níet gedaan, dacht ik vaak, als je op een onbewaakt ogenblik aan een flard Nederpop werd blootgesteld en een capabele schuilkelder niet zo een, twee, drie voorhanden was.
Ekseption...
Laatst nog, in een café in Oss, overkwam het me, dat de barkeeper Ekseption opzette, onverhoeds. Ik sleepte me de kroeg uit, en haalde op mijn tandvlees de overkant van de straat. ‘Ja, mevrouw,’ zei ik tegen de vriendelijke gestalte die de voordeur opendeed, ‘neem U me eige nie kwalijk dat ik effies bij U anbel, maar het is zo gelegen dat ik net Air heb gehoord van Ekseption, in dat cafeetje daar, bij U schuin aan de overkant, ja, daar op de hoek van de Willemsstraat, en nou wou ik U vragen of U misschien erreges een emmertje bij de hand heb, toevallig, in een keukenkassie of onder een trap. Ja, ’t mag gewoon van plastic wezen, hoor, een afwasteiltje, dat maak me eige helemaal nie uit, maar dat U erreges een emmertje heb, of een wc-pot, en dat ik daarin dan effies zou mogen overgeefe, zonder iets op Uw nieuwe vloerbedekking te morsen, zou dat kenne? Heel graag, mevrouw.
Ja, ik vin ’t zelf ook heel vervelend, u begrijp dat ik ’t ook liever anders had gezien, allemaal, maar dat komp, dat zijn van die dingen, dat overkómp je gewoon, mevrouw. Wat ik zeg: ik zit niksvermoedend in dat kroegie, gezellig barretje, niks-aan-’t-handje, en inenen gooit die chef Ekseption op. Nou vráág ik U! En toen kwam ’t allemaal weer boven, mevrouwtje, alle jeugdtrauma’s. Dat komp ook, ik ben er ook nooit voor behandeld, hè, aan de gevolgen van de langdurige blootstelling aan Nederpop, tijdens mijn jeug. Ik hept er altijd gewoon mee doorgelopen. Nee mevrouwtje, dat hád je in mijn tijd helemaal nie, opvang. Daar moes je gewoon vanzelf overheen zien te groeien, over Rob de Nijs, en dergelijk soort dingen. Daar was helemaal geen aandacht voor, dat moes je allemaal zélf zien op te losse, en met je eige in het reine zien te komme.
Ja, ’t ís ook een schande, mevrouw, net-wat-U-zeg, dat ben ik helemaal met U eens. Maar in zó’n land leefden wij toen. Dat ken je je eige nou helemaal niet meer voorstellen, maar zo gíng dat vroeger, in die tijd. Je werd gewoon volledig an je lot overgeleverd.
En ik zal U vertellen mevrouw, daar plukken wij nou nog de rijpe vruchten van.
Want ik ken gevallen, mevrouwtje, dat wil U nie wéte, zo erg. Die zijn er eigenlijk nooit meer echt bovenop gekomme, nóóit meer! Mevrouw, een van mijn beste vrienden, die hoorde een dingetje van de Dizzy Man’s Band, en niks bijzonders hoor, mevrouw, gewoon een of ander B-kantje van een single van die gasten, niet eens het A-kantje, want dan zou de schade nog veel groter zijn geweest, maar evenzogoed, die jongen is nooit meer de ouwe geworden, nee. Die lijdt alweer járen een zwervend bestaan, ergens in de buurt van Drenthe, of hoe-heet-dat waar ze die hunebedden krampachtig overeind houen? Dat is ook een punt: zo´n bandje, de Dizzy Man´s Band, die gasten hebben geen idée wat ze allemaal aanrichten, met hun muziekgestamp.
Maar mevrouwtje, effe iets anders… U ben zó een aardig persoon, dat ik me eige afvroeg… Heb U Uw portemonneetje wel goed verstopt in huis legge? Ja, zeker weten? Ja, ik vraag ’t effe, want je hoort zóveel rare verhalen, vandaag an de dag, dat ik denk: ik zal U er tóch effies naar vrage. Ja. En waar legt U ’t dan precies? Dáar? O ja, nee, da’s een heel goed plekkie. Nu, dan ben ik helemaal gerustgesteld, mevrouw.
Dan gaan ik weer eens op huis aan, zo langzamerhand. Waar me vier bloedjes van kinderen op me zitte te wachten. Als U nou een kopje koffie voor me maak, voor onderweg, dan gaat ik voor de zekerheid nog één keertje proberen over te geven, in een teiltje in Uw badkamer, gewoon, zodat alles eruit is, voordat ik de terugreis aanvaard, begrijp U…?’
Eind 1977 kocht ik, op aanraden van een vriendin, de lp Street van Herman Brood, Ik kwam thuis, en zette hem op. It blew my mind. Dit wás iets. Iets dat diepe indruk op me maakte, right from the start, zoals ik dat ook beleefde met de Sex Pistols, en met Joy Division, en later met Nirvana, en nog weer later met Arcade Fire, en nóg later met Cold War Kids en Glasvegas.
Herman Brood.
Hier was iets aan de hand. Dit was écht. Die stem. Die songs. Die teksten. Die stem. En de nummers op Side B deden niet onder voor die op Side A, en omgekeerd.
Toen, toen pas, na al die inktzwarte jaren, klaarde de lucht op.
De volgende dag ontmoette ik Herman Brood voor het eerst. De rest is, zoals dat heet, geschiedenis.
|