|
Mijn klasgenoot uit 6A van de Sint Henricusschool in Amsterdam Slotermeer, Carel Wijngaards, was er het eerste bij. Hij luisterde naar ‘Tijd voor Teenagers’. Carel was pas twaalf maar zijn moeder kwam uit Volendam. Die liepen voor. Het moet zijn superieure attitude zijn geweest, gecombineerd met de onweerstaanbaar moderne titel van het radioprogramma, die mij de zekerheid gaven dat ik ‘Tijd voor Teenagers’ niet mocht missen. Dus in de winter van 1960 draaide ik op vrijdagmiddag om vijf uur aan de zwarte, bakelieten knop van de draadomroep, ging voor het raam zitten kijken naar langs de straatlantaarns zwiepende sneeuwvlagen – het sneeuwde vaak in die dagen – en hoorde, terwijl de straat langzaam wit werd: Apache van de Shadows.
Ik hoorde de toekomst, ik hoorde een afscheid van mijn kinderjaren, ik hoorde iets puur lichamelijks dat ik nog niet kon benoemen, ik hoorde de jaren zestig, ik hoorde mijn generatie. Ik hoorde ergens bij.
Een ander vriendje was Ferry Hoff. Hij kon ukulele spelen. Dat was ongelofelijk, maar zijn ouders kwamen uit Indonesië. Alle Indo’s konden voetballen en een instrument bespelen. Toen Ferry Hoff zijn ukukele inruilde voor een gitaar, werden we een duo. Ik zong de eerste, hij de tweede stem. Ons eerste nummer was Marina, een hit van Rocco Granata, die was gecoverd door Willy Alberti. We zongen het in het voorjaar van 1961 in de wiskundeles van meneer Verwij, die linkshalf had gespeeld in de A1 van De Volewijckers. Iedereen was twaalf jaar en had een korte broek aan. Dat kon zo niet doorgaan. We gingen lange broeken dragen en schakelden over op Engelstalige songs.
De teksten stonden in de Tuney Tunes, evenals de foto’s van Don en Phil Everly waarmee ik mijn kamer volplakte. Omdat de Blue Diamonds alles coverden van de Everly Brothers, deden wij dat ook. De Blue Diamonds waren Indische jongens, voorlopers in de popmuziek. In korte tijd hadden we op ons repertoire de nummers: Take A Message To Mary, Devoted To You en Let It Be Me.
Het was niet gemakkelijk om die stemmen te volgen, maar gitaar spelen was nog moeilijker. Ik wilde ook gitaar spelen, maar het ging niet meteen vanzelf zoals blokfluiten, wat erg demotiverend was.
We hebben één keer opgetreden als duo: op een klassenavond aan de Jan van Galenstraat bij een meisje dat Agnes heette. Er zijn foto’s van. Aan het eind van het jaar ging Ferry Hoff over en bleef ik zitten, dus ons duo viel uit elkaar. Op mijn negentiende zou ik nog even saxofoon spelen in een bandje dat Checkmate heette. Omdat de drummer en de bassist medicijnen gingen studeren, viel het bandje uit elkaar.
Het is onvoorstelbaar wat zich in die vroege jaren zestig allemaal afspeelde in de popmuziek. Apache, de Blue Diamonds, Kom Van Dat Dak Af, Radio Veronica, Paul Anka, Dion, Radio Luxemburg, Corry Brokken met Milord, een nummer dat werd verboden door de KRO omdat het over een hoer ging, I’m Sorry van Brenda Lee, mijn eerste plaatje, Elvis, Cliff, de Drifters met het geweldige Save The Last Dance For Me en toen moesten de Beatles en de Stones nog komen! Is het gek dat ik altijd een beetje meewarig kijk naar die gasten die nu tegen de vijftig lopen, de generatie van de armzalige jaren zeventig, die met zeer serieuze gezichten de naam van Frank Zappa en de Red Hot Chilli Peppers uitspreken? Alles was al gebeurd, jongens.
In de zomer van 1961 ging ik met schoolkamp naar een barak in Lunteren. ’s Avonds na het eten en de corvee draaiden de hogere klassen plaatjes. Voor de tweede keer in een jaar werd ik door de bliksem getroffen. Ik hoorde Jaap Fischer. Dansend met een meisje uit de vijfde luisterde ik naar deze regels:
Ik zoek de rust van een kist
Van een lange houten kist
In een hoekje van het kerkhof waar geen tuinman komt
Waar mijn botten stil verrotten en de tijd verstomt.
’s Nachts scheen ik net zo lang met mijn zaklantaarn door het raam van de slaapzaal naar de toppen van de bomen, tot de batterijen op waren en alles donker werd. Jaap Fischer, wiens werk kort daarop verboden zou worden door de KRO, had me een blik gegund in een wereld waar ik nog niet bij kon. Hij was angstwekkend en opwindend tegelijk en ik kon niet wachten tot hij ook de mijne zou worden.
|